1000 stapstenen voor de Bij

Wilde bijen hebben het moeilijk in ons land. Er zijn nu nog ongeveer 360 soorten wilde bijen in Nederland maar dat aantal gaat al jaren in rap tempo achteruit.

Doordat er steeds minder bloemrijke gebieden zijn hebben ze de grootste moeite om voldoende voedsel en nestgelegenheid te vinden. In de landbouwgebieden vind je bijna geen wilde bloemen meer in de weilanden en akkers, dus wijken veel soorten uit naar de randen van het stedelijk gebied. Maar ook daar gaat het vaak mis door een intensief en soms ondoordacht maaibeleid. In de steden zelf zijn de versteende omgeving van zowel openbaar groen als van tuinen, en het strakke groenbeeld met veelvuldig gemaaide groenstroken en grasvelden, de problemen.

Een wilde bij is geen honingbij

Wilde bijen zijn anders dan honingbijen. De honingbij, die iedereen wel kent, is feitelijk een gedomesticeerde bijensoort, die nagenoeg in het wild niet meer voorkomt. Waar de honingbij een baasje heeft (de imker) en zijn nest kunstmatig door de mens is gemaakt (de bijenkorf) en zij een aanwijsbare opbrengst heeft (honing), moeten wilde bijen het alleen zien te rooien. Hun enige nut voor de mens is dat zij bestuivers zijn – maar die functie is dan wel weer heel essentieel! Wilde bijen zijn niet de enige bestuivers van vele gewassen, maar wel de belangrijkste bestuivende insecten. Zonder de bewerking van bloemen door wilde bijen hebben wij slechts een halflege groente- en fruitafdeling in de supermarkt.

Het andere leven van de wilde bij

De wilde bij leeft anders dan de honingbij. Zo leeft zij veelal solitair, alleen dus. Dat betekent ook dat niemand haar nest bewaakt. Dat heeft invloed op hoe lang zij weg kan blijven bij haar nest. Terwijl honingbijen soms kilometers bij hun korf vandaan vliegen om voedsel te gaan zoeken, moeten wilde bijen in de buurt blijven. Anders lopen zij kans dat hun broed, de eitjes, wordt gekaapt door een koekoeksbij of een hongerige mees. Afhankelijk van de soort zoekt een wilde bij haar voedsel op 100 tot maximaal 250 meter van het nest vandaan.

Dus wil je wilde bijen helpen te overleven, dan moet je een landschap creëren met voedsel en nestgelegenheid dat vlak bij elkaar ligt. Zowel op het platteland als in het stedelijk gebied zelf. Plekjes maken dicht bij elkaar, met die maximale afstand van 100 tot 250 meter in het achterhoofd. En die plekjes weer met elkaar verbinden, door bijvoorbeeld wegbermen met bloeiende bloemen. Op die manier maak je een zg. ecologische verbinding, waar natuurlijk niet alleen wilde bijen van profiteren. Vlinders, zweefvliegen, wespen, en vele andere insectensoorten worden aangetrokken tot zulke groene oases in de stad.

Bijenlandschap 2020 - Zuid Holland

Verbindingen in de stad en daarbuiten

In Rotterdam is Elvira de Kraag het project 1000 stapstenen voor de Bij gestart. Naar het model van Groene Cirkels Bijenlandschap wil zij plekken en verbindingen in Rotterdam maken die met elkaar ecologische verbindingen vormen, aansluitend op de verbindingen die er al in de buitenstedelijke gebieden zijn of worden gerealiseerd. Zoals die met Lansingerland in het noordoosten, Schiedam/Haaglanden in het noordwesten, en de BAR-gemeenten in het zuid-oosten. Door kansrijke plekken te zoeken in Rotterdam en deze stap voor stap om te vormen met beplanting waar wilde bijen wat aan hebben, vullen we de kaart gaandeweg in volgens die goed doordachte routes.

Hoofdroutes Rotterdam en aansluitingen erbuiten

Stapstenen vergroten overlevingskansen

Wilde bijen kunnen zich dankzij die groene oases, hoe klein ook, verplaatsen in de stenige stad om zo hun overlevingskansen te vergroten. Van park naar geveltuin, van schoolplein tot groen dak, van talud tot voortuin, van wegberm naar hoekjes in parken: als er maar genoeg stapstenen op regelmatige afstand van elkaar liggen krijgen wilde bijen de kans zich te handhaven en zich voort te planten.



Stapstenen maken we samen

Dit omvormen van stenige maar ook reeds groene plekken doen we met enthousiaste partners, scholen, bedrijven, woningcorporaties en groepen bewoners. Vanuit passie en enthousiasme motiveren we bewoners om (pilot)projecten te starten en aan de slag te gaan met het maken van hun eigen stapsteen. Of het nu een boomspiegel is, een geveltuin, voortuin, achtertuin, balkon of dakterras of het gehele gezamenlijke dak: allemaal goed. Waar het om gaat is het besef dat groen niet altijd hetzelfde is als stadsnatuur: een grasveld in je achtertuin is wel groen maar niet biodivers. Die kennis overdragen is de basis voor het aanzetten tot verandering.

Vanuit die gesprekken met bewoners, maar ook met de gemeente, werken we stap voor stap toe naar een structurele verandering in het kijken naar, aanplanten en beheren van stadsgroen en stadsnatuur.

Bijvriendelijk maaibeleid

Het streven naar een ander soort groenbeheer, waaronder een bijvriendelijk maaibeleid, is ook een belangrijk onderdeel van de inspanningen richting gemeentelijk beheer. Je hebt immers niets aan een mooi bloeiende berm als die voortijdig wordt weggemaaid, of niet eens tot wasdom kan komen. En als de hommels in maart uit hun winterslaap komen, moet je niet op dat moment de vroegbloeiende struiken gaan snoeien, alleen maar omdat dit nu eenmaal in de planning staat.

Gelukkig is dit besef al bij vele gemeenten in Zuid-Holland doorgedrongen en wordt daar al een ander, bijvriendelijk maaibeleid toegepast. En met succes, bijvoorbeeld in Zoetermeer en Moerdijk.

Visie op biodiversiteit

Graag zien we dat dit beleid ook door Rotterdam wordt geadopteerd, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan. Hoopvol gegeven: de gemeente is begonnen met het schrijven van een visie op biodiversiteit. Dat is voor het eerst dat deze stad dat doet. De diensten Stadsontwikkeling en Stadsbeheer zijn daarover samen in gesprek. Die geformuleerde visie zal uiteindelijk leidend zijn voor veranderingen in het groenbeheer in Rotterdam. Welnu, dat gesprek, daar maken de bewoners graag onderdeel van uit. Zij wonen tenslotte in de wijken, zij zetten zich in voor kwalitatief beter groen, beter onderhoud ervan, en hebben hart voor stadsnatuur. Zij willen een beheer dat biodiversiteit bevordert en geur en kleur terugbrengt in hun stad.

Bijvriendelijk Zuid-Holland

De Provincie Zuid-Holland heeft onlangs de ambitie uitgesproken de meest bijvriendelijke provincie van ons land te worden. Met dat in het achterhoofd zoekt 1000 stapstenen voor de Bij nadrukkelijk de aansluiting met ecologische hoofdroutes om de stad heen. Het is ook de drijfveer om zowel bestuurders als bewoners te willen inspireren, motiveren en activeren om bij het nemen van groene maatregelen, bevordering van biodiversiteit als uitgangspunt te nemen.

Concreet betekent dit het voortdurend verbinden van bewoners(groepen) met elkaar of met scholen en woningcorporaties bijvoorbeeld; steeds op zoek gaan naar – soms ongebruikelijke - oplossingen die zowel ecologie als economie dienen; het grijpen van kansen en win-win situaties herkennen. Maar bovenal het aanzetten om gewoon iets te gaan dóen!

Meer weten?

Op deze website, die nog in ontwikkeling is, vind je binnenkort een overzicht van projecten, partners, kennis en tips, maar ook de stapstenen met locatie, naam en meer info erover, in kaart gebracht.

Wil je meedoen of gewoon geïnformeerd blijven?

Stuur een mailtje naar voordebij@1000stapstenen.nl, of volg me op de social kanalen!



Buzzz!

Elvira de Kraag

Projectleider 1000 stapstenen voor de Bij